De dag waarop ik Indonesië achter me liet

Ik ben geboren in Indonesië. Opgegroeid in Nederland. Elk jaar opnieuw vierde ik 24 augustus: de dag waarop ik in 1977 als baby naar Nederland vloog. Want dat ik iets te vieren had, leek me duidelijk. Ik had de kansloze krottenwijken van mijn geboortestad zomaar mogen verruilen voor een huis in een van de rijkste landen ter wereld. Eerlijk gezegd vierde ik vooral mijn leven hier. Het warme gezin waarin ik heb mogen opgroeien, de opleiding die ik zonder studieschuld heb kunnen volgen, het fijne werk dat ik doe en de vrienden die ik in de loop der jaren om me heen heb verzameld. “Gefeliciteerd met mijn rijkdom.”

Niet dat ik nooit aan Indonesië dacht. Je roots, ze zitten in je DNA verankerd. Geen ontkomen aan. “Weet je wie je biologische ouders zijn?” “Heb je nooit gezocht?” Vragen die me – ja, goedbedoeld – zelfs door mensen werden gesteld die ik nauwelijks kende. Zomaar. Een passend antwoord vinden op vragen die (voor een geadopteerde) zo complex zijn, lukte me niet altijd. Daarom verzon ik vaak maar wat. Kon mij het schelen.

Begin dit jaar heb ik na 38 jaar de stap durven nemen en ben ik met behulp van Stichting Mijn Roots – Ana Maria, Christine Verhaagen, Teguh Mulyadi <3 – een zoektocht gestart naar mijn biologische familie. Vlak voor mijn verjaardag (maart) kreeg ik het ongelofelijke nieuws, dat het spoor daadwerkelijk geleid had naar mijn biologische moeder. Alleen… ze was overleden. Slechts zes dagen voordat we haar hadden gevonden. Zes.

Deze week, vlak voor mijn adoptiedag, kreeg ik te horen dat Martha Chen, de vrouw die destijds in Indonesië de adoptie heeft geregeld, nog in leven is. Een nieuw spoor. Nieuwe vragen en hopelijk nieuwe antwoorden.

Ook dit jaar vier ik 24 augustus. Dit keer niet als de dag waarop ik Indonesië achter me liet en Nederlander werd. Maar als de dag waarop Indonesië voor altijd een plek kreeg. In mijn hoofd en in mijn hart. “Gefeliciteerd met mijn rijkdom.”

Related posts

Leave a Comment