The perks of being a peanut

‘Pinda!’ Kinderen – vooral jongens – van mijn leeftijd riepen het me wel eens toe. Als volwassene kan ik me geen lievere koosnaam bedenken. Maar als kind kon het me enorm kwetsen. Voelde het als een scheldwoord. Wás het een scheldwoord. Het betekende dat ik anders was. Ik kwam uit een ander land. Ik had een andere huidskleur. Ik had een andere voorgeschiedenis. Anders zijn is eenzaam op die leeftijd.

Ik groeide op in Zeeland. Als een van de weinige gekleurde kinderen viel ik op in de kleine stad waar ik woonde. Maar ik raakte eraan gewend. Wist niet beter dan dat ik in niemand om me heen herkenning vond. Hadden mijn vriendinnetjes dezelfde ogen als hun ouders, dezelfde haarkleur als hun broers en zussen, ik leek alleen op mezelf. Soms vergeleek ik mezelf met anderen. En concludeerde ik in stilte dat ik liever blank was geweest.

– Fragment uit mijn manuscript ‘Sayap Sayap’ (het boek waarvoor ik nog een uitgever moet vinden)

 

Als kind wil je je niet onderscheiden. Althans, laat ik voor mezelf spreken. Ik was niet bepaald blij met die zwarte haartjes op mijn armen, die toch een stuk minder subtiel waren dan die bij mijn klasgenootjes. Ik vond mijn neusvleugels veel te breed. Accepteren dat ik nou eenmaal een ander uiterlijk had, dat kwam bij mij later pas. Als puber begon ik me te realiseren dat het mijn omgeving helemaal niets uitmaakte dat ik een getinte huidskleur had. Sterker nog: vriendinnen merkten wel eens op dat ze eigenlijk best een beetje jaloers waren. “Joh, ik zou er een moord voor doen om er niet wekenlang voor in de zon te hoeven liggen.” Tsja, daar zat wat in natuurlijk.

Sinds kort woon ik opnieuw in een stad waar ik opvallend weinig kleurlingen zie lopen. Best een vreemde gewaarwording. Na jarenlang in de regio Amsterdam te hebben gewoond, moet ik daar weer even aan wennen. Niet dat ik er last van heb overigens. Zelfs wanneer mensen spontaan Engels tegen me spreken, omdat ze er niet vanuit gaan dat Nederlands mijn moedertaal is. Zelfs wanneer een mevrouw in de rij bij de supermarkt tegen me zegt: “Ja, bij jullie staat dat natuurlijk goed.” Wijzend naar mijn felgekleurde zomerse jurk. ‘Jullie’ ook vooral, haha! Of wanneer mensen denken dat ik de nanny ben, wanneer ik met mijn tweeling op stap ben. Ik vind het allemaal wel amusant. Nu ben ik absoluut geen voorstander van discriminatie, maar al helemaal niet van volwassenen die om het minste geringste de discriminatiekaart spelen. Kriegelig word ik ervan. Ik zie het als pure projectie van eigen onzekerheid. Het ‘zichzelf niet goed genoeg vinden’. Ben je trots op wie je bent – in welke vorm of kleur dan ook – dan laat je je niet gek maken. Door niemand.

Geadopteerden zoals ik, die uit een ander land, een andere cultuur, naar Nederland zijn gehaald, hebben nou eenmaal te maken met dit onderscheidende kenmerk. Daar kun je niet omheen. Het is zichtbaar. Je huidskleur kun je niet ontkennen. Onzichtbaar zijn echter de stukjes die al vóór je geboorte in je DNA werden verankerd. De geuren, smaken en geluiden die je meekreeg toen je nog bij moeder in de buik zat. Al in de kindertijd bleek dat ik typisch Aziatische gewoonten had, die ik nooit van mijn Nederlandse ouders had kunnen overnemen. De manier waarop ik gehurkt op de grond zat, de manier waarop ik mijn eten met mijn vingers ‘plukte’. Ook dat maakte me anders. Als kind kreeg ik daar vaak commentaar op. Ja, zelfs van de gymjuf. Het gaf me het gevoel dat wat ik deed verkeerd was.

Ik ben allang geen kind meer. Gelukkig maar. Want ik kan tegenwoordig niets anders dan trots zijn. Op wie ik ben geweest, wie ik ben geworden en waar ik vandaan kom. En dat is wat ik mijn eigen kinderen nu ook probeer mee te geven, hoe jong ze ook zijn. Wanneer iemand lacht om een ‘vreemde’ gewoonte van me, lach ik vrolijk terug. “Ja ja, ik ben een Aziaat!” Ik loop zo vaak ik kan op blote voeten. Volgens mij is dat ook iets Aziatisch (?). Thuis zul je mij sowieso nooit en te nimmer met schoenen aantreffen. Afgelopen vrijdag moest ik tijdens een optreden nog een fijne splinter uit mijn voet trekken. En mijn bruine huid? Zelfs in de winter én zelfs wanneer ik ziek of vermoeid ben, heb ik een gezond kleurtje. En hee, ik kan ongeveer alle kleuren kleding dragen. Alles staat gewoon goed. Ja beste mensen: the perks of being a peanut.

Related posts

3 thoughts on “The perks of being a peanut

  1. Anoniem

    Ik lees met heel veel plezier je blogs en Facebook berichtjes. Je was en bent voor mij echt helemaal niet anders dan alle andere klasgenootjes die we hadden. Ik vind het bijzonder om te lezen dat jij je wel anders voelde. Ik heb jouw huidskleur echt nooit gezien als anders dan de rest. Ik zag het gewoon niet. Jij bent Wendy en dat is het. Groetjes anouk

    1. Anoniem

      Anouk Aarssen-Colsen was dat ?

      1. ☺️ Lief!! En mooi hoe dat blijkbaar werkt.

Leave a Comment