‘Jullie waren zo schattig’

Aldus citeert een van de kranten Lia. We staan in het AD, BN De Stem, Dagblad van het Noorden, Brabants Dagblad, Eindhovens Dagblad, De Stentor, Tubantia, De Gelderlander en de PZC. Was het gisteren al een overweldigend gevoel om de twee dames opnieuw te ontmoeten, vandaag beleven we het nog een keer door ons verhaal in print te zien in meerdere dagbladen. Vanochtend stuurde Karin, Victors vriendin, mij al een foto van een artikel in het Dagblad van het Noorden. Mijn ouders lieten me vanuit Zeeland weten dat we in de PZC stonden. En mijn lieve vriendin Sandra (ook geadopteerd) stuurt me via Facebook een bericht, dat ik gesignaleerd ben in BN De Stem. Zelf ben ik vanochtend naar de supermarkt gereden om het AD te kopen. Jawel, zelfs de kassière was het niet ontgaan. “Dat ben jíj toch, op de voorkant?” zei ze belangstellend, toen ik twee exemplaren van de krant afrekende. “Hoe is dat zo gekomen?” En ik vertelde haar over de Facebook-oproep eind augustus. Die door zo velen werd gedeeld. En die me sindsdien al zo veel moois heeft opgeleverd. Het weerzien met zowel Victor als Lia en Coby.

Ik ben een gezegend mens.

En nu? Het voelt bijna als een afgerond verhaal. Maar dat is het niet. Er zijn nog vragen. Gaten uit het verleden die moeten worden ingevuld. Ja, ‘moeten’. Ik voel het als mijn plicht om door te gaan met mijn zoektocht. Nee, niet omdat het enigszins zal veranderen hoe ik over het gevolg van mijn adoptie denk. Ik ben blij met mijn adoptieouders, zij hebben alles goed gedaan. En ja, ik heb een mooi leven gekregen vol met prachtkansen. Ik heb mijn biologische familie gevonden in Indonesië. En zelfs in Nederland heb ik er een bonus-broer, Victor, bijgekregen. Waarom dan verder graven? Het antwoord is simpel: ik vind dat ik er recht op heb te weten wat er met mij is gebeurd in mijn eerste vijf levensmaanden. Ik ben journaliste en van nature nieuwsgierig. Wie, wat, wanneer, hoe en waarom. Ik wil het weten.

Sinds ik zelf kinderen heb, is er een heel nieuw gevoel bij gekomen. Ik weet nu wat baby’s in hun eerste vijf maanden nodig hebben. Welke invloed je als ouders, als moeder, hebt op de ontwikkeling van je kind. Zelfs, nee juíst wanneer het nog zo jong is. De kwetsbaarheid. Zelf huilde ik nauwelijks als baby, vertelde mijn adoptiemoeder mij ooit. Inmiddels begrijp ik dat baby’s – op wie niet of te weinig gereageerd wordt met liefde en aandacht – het op den duur gewoon opgeven. “Huilen helpt mij toch niet.”

Waar was ik vanaf het moment dat ik in het ziekenhuis uit mijn moeders armen werd weggenomen tot aan mijn verblijf bij de familie Vijverberg in Jakarta? Hoe ben ik vanuit mijn geboorteplaats Magelang terechtgekomen in Jakarta? Was daar destijds een netwerk actief van mensen die baby’s weghaalden bij moeders die te arm waren om de ziekenhuisrekening te betalen? Gebeurde dit ook op andere plaatsen, in arme dorpen? Wie waren daarbij betrokken? Zijn er documenten vervalst om de adoptieprocedures in gang te kunnen zetten (in 1983 werd niet voor niets door de Indonesische regering alle interlandelijke adoptie vanuit dat land stopgezet)? Ik zou geopereerd zijn. Maar waaraan? Wie kan mij dat nog vertellen?

Op zoek naar antwoorden… Als iemand mij die kan geven: graag.

 

Lees hier het artikel in het AD.

Nederland, Amsterdam, Schiphol, 02-10-2016 adoptiekindjes Wendy Dekker + Victor van der Land ontmoeten hun begeleiders van 39 jaar geleden Lia Maas + Coby Tack Foto Marco Okhuizen

Related posts

Leave a Comment